fbpx

15 do's en don'ts voor je volgende trip in Italië

15 dos en donts over italie

“Ik ga aan een andere tafel zitten, hoor!” Dat zei ik tegen een vriendin toen we samen in een van de beste restaurants in Siena zaten, allebei een bord spaghetti voor de neus.
Ik was zo blij met mijn bezoek uit België! Waarom wilde ik dan niet met het arme kind aan dezelfde tafel zitten?
Omdat ze dreigde haar pasta te gaan eten met vork en mes. Spaghetti snijden! Mamma mia, che orrore!* (de horror!) Het is een van die absolute no-no’s in Italië. En er zijn er nog!

Ontdek hieronder 15 do’s en don’ts waar je bij je volgende bezoek aan Italië maar beter rekening mee houdt om vreemde blikken te vermijden.

1. Do. Ontdek de regionale keuken

Italië is, net als België, een wat kunstmatig samengesteld land. In tegenstelling tot België spreken zij in het hele land wel min of meer dezelfde taal, maar de culturele en zeker de culinaire verschillen tussen noord en zuid (en alles daar tussen) zijn groot.
De keuken van het noorden neigt wat meer naar die van het land en de bergen (boter, gebraden vlees, stoverijen, aardappelen, …) en die van het zuiden volgt meer het mediterrane dieet met olijfolie, tomaten, vis en schaaldieren, fruit, …

In de kuststreken vind je een overvloed aan verse vis, schaal- en schelpdieren, maar ga je meer landinwaarts dan is verse vis vaak moeilijk te vinden.
Elke Italiaanse regio heeft typische locale ingrediënten en gerechten. Italianen houden ook van koken met ingrediënten uit hun eigen streek en ze volgen daarbij zoveel mogelijk de seizoenen. In Italië noemen ze dat ‘cibo chilometro zero’. Eten van dichtbij huis.

Ook wat wijn betreft, heeft elke regio een heel eigen karakter. Zo vind je in Piemonte de vaak stevigere wijnen naar Franse traditie (Barolo en Barbaresco), centraal in Toscane de fluwelige Sangiovese-wijnen (Chianti Classico) en meer zuidelijk zongerijpte wijnen zoals Primitivo en Nero d’Avola. Italië kent meer dan 2000 (!) verschillende druivensoorten, dus het spreekt vanzelf dat er veel variatie is.

2. Don’t. Bestel geen cappuccino na lunchtijd.

Om even bij eten en drinken te blijven: voor Italianen is een cappuccino voorbehouden voor het ontbijt. Cappuccino e cornetto (= croissant) is een van de winnende ontbijtcombinaties, maar na de lunch schakelen ze over op espresso. Geen melk meer te bekennen. Ze begrijpen ook niet waarom je na een maaltijd uberhaupt nog melk zou willen drinken, wat sowieso redelijk moeilijk verteert.

Meer lezen over Italianen en hun koffiegewoontes kan je in dit artikel over koffie.

3. Do. Heb altijd cash op zak.

Ondanks grote sprongen vooruit op het vlak van betaaltechnologie, blijft Italië een conservatief land wanneer het gaat over online banking (en online shopping for that matter) en elektronisch betalen. Tot nog niet zo heel lang geleden was online banking onbestaand in Italië en moest je voor elke overschrijving nog naar post- of bankkantoor. Gelukkig is dat ondertussen wel opgelost.

In de grote steden kan je vandaag de dag uiteraard overal met plastic betalen, ook in il supermercato (cfr. Coop, Pam, Conad en andere supermarktketens), maar hoe verder je weg gaat van de grote centra, hoe meer je overgeleverd bent aan cash betaaltransacties. Italianen houden van zekerheid. Handje contantje, per favore!

Ook je caffé aan de bar betaal je het makkelijkst met wat kleingeld.

4. Don’t. Geef geen drie keer kussen bij het groeten.

Wij geven er meestal één of meteen drie. De Nederlanders doen er drie. De Fransen twee en ook Italianen geven elkaar twee zoenen op de wang. Kleine tip om botsingen te vermijden: de eerste zoen gebeurt op de linkerwang. Ook mannen die elkaar goed kennen kussen elkaar bij wijze van informele begroeting. Familieleden of partners worden meestal maar een keer gezoend, en geen twee keer.

5. Eet pizza met je handen.

Pizza is heilig in Napels. Het komt met een reeks van etiquette-regels op zich. Never. Ever. ananas op een pizza. Bereid met zuurdesemdeeg. De mozzarella mag niet verbrand zijn. En pizza eet je met je handen. Dat is niet onbeleefd, integendeel. Snij je pizza in punten, plooi die vervolgens dubbel en hap maar een eind weg. ’t Is eigenlijk ook niet echt done om de korsten te laten liggen, maar no way dat ik zo’n hele pizza op krijg, dus ik laat de korst soms wel voor een deel liggen.

Lees hier meer over de echte Napolitaanse pizza.

6. Don’t. Drink geen frisdrank bij je eten.

Hoewel de jongere generaties thuis al eens een fles Coca-Cola of Fanta op tafel durven zetten, is het op restaurant not done om frisdrank bij het eten te bestellen.

In Italië krijg je overal een gratis kan water op tafel. Je kunt uiteraard ook flessenwater bestellen. En wijn. Maar geen frisdrank. Het is onrespectvol en het verpest de smaak van je eten.

7. Do. Kijk drie keer links en rechts voor je oversteekt.

Italianen rijden als gekken en hoe zuidelijker je gaat, hoe erger. ’t Is dus geen overbodige luxe om heel goed uit te kijken wanneer je als voetganger ergens wil oversteken. Italiaanse chauffeurs zijn ook niet bepaald de meest galante chauffeurs in Europa (noemen ze dat een eufemisme?), dus reken er niet op dat ze voor je zullen stoppen. Nee, ook niet wanneer je op een zebrapad de straat over wil.

Het gebeurt ook dat er geen wegmarkeringen zijn en dan geldt het recht van de sterkste, of beter de snelste. Altijd spannend wanneer je van 6 baanvakken naar één moet samenvoegen. Ogen dicht en gaan! En hopen dat je niet geraakt wordt.

8. Don’t. Ga niet in de file staan voor de San Gottardo-tunnel

Je out of office staat aan, de koffers zitten in de auto en je gaat op weg naar Italië. De vakantie is begonnen! Maar op ongeveer 1000 km van huis moet je die verrekte San Gottardo-tunnel nog door. Net als de rest van West-Europa die samen met jou in de file staat. En het kan lang duren. Dat zal iedereen die er ooit heeft in gestaan beamen. Mijn persoonlijke record is 4 uur voor 10 km. Maar dat was nog voor de GPS bestond. Mijn advies: volg altijd je GPS wanneer die een alternatieve route voorstelt om wat file te omzeilen voor de tunnel. Soms voert ‘ie je langs idyllische Zwitserse bergdorpjes, soms is het een ingewikkelde U-turn op een klaverblad-complex op de snelweg waardoor je op wonderlijke wijze plots vlak voor de ingang van de tunnel beland. Als het op de San Gottardo aankomt, zeg ik: Trust the GPS.

9. Do. Pas je kleding aan de situatie aan.

Ik zal allicht niet de enige zijn wanneer ik vertel dat me ooit de toegang tot de Sint-Franciscusbasiliek van Assisi werd ontzegd omdat ik niet zedig genoeg gekleed was. Nu ben ik nooit het type geweest van de ultraminirokjes of de blote-buiken-topjes, en toch mocht ik niet binnen op die bloedhete dag in augustus. Ik kan me niet meer precies herinneren wat ik die dag aanhad (maar duidelijk niet genoeg), maar ik gok op een short en t-shirt. ’t Is natuurlijk belachelijk om bij 35°C rond te gaan lopen in lange broek en lange mouwen, maar dat los je makkelijk op door altijd een lichte sjaal mee te nemen waarmee je tenminste je schouders kunt bedekken.

Het tegenovergestelde advies wil ik je geven wanneer je ’s avonds uit gaat eten. Italianen zijn een fier volk, ze kleden zich graag mooi op om ’s avonds uit te gaan, al is het maar naar de plaatselijke trattoria in het dorp. Pas je aan en ga niet in flip-flops en short op restaurant. Dat wordt niet geapprecieerd.

10. Don’t. Vergeet niet je treinticket te valideren op het perron.

Neem je in Italië de normale IC- of IR-trein, dan moet je, vòòr je op de trein stapt, je ticket valideren in een van de ontwaardingsautomaten. Die vind je in de grotere stations op elk perron, maar in kleinere plaatsjes soms enkel aan de toegang naar de sporen. De kans dàt je gecontroleerd wordt, is klein, maar het gebeurt vaak genoeg om het niet te doen.

De uitzondering op deze regel is wanneer je online tickets bestelt. Die druk je dan zelf af of toon je op je smartphone bij controle. Het staat altijd duidelijk vermeld op de online tickets wanneer je ze niet moet valideren. Check altijd voor vertrek om verrassingen te vermijden. Tickets voor de HST-trein (Italo of de Freccia-treinen van Trenitalia) hoef je niet te ontwaarden, want die werken met een reservatiesysteem.

11. Do. Hou rekening met variabele openingsuren.

In de grote steden merk je er niet veel van, maar in kleinere stadjes en dorpjes sluiten veel winkels en openbare plaatsen voor enkele uren in de namiddag. Het is me meer dan eens overkomen dat we om twee uur ’s middags in een of ander dorpje arriveerden om er dan achter te komen dat alles gesloten bleek tot vijf uur. En daar sta je dan. Ook de uren in het hoog- of laagseizoen kunnen variëren. Tussen april en oktober zijn de meeste musea en publieke plaatsen wat langer en vaker geopend dan tijdens de wintermaanden.

12. Don’t. Maak geen al te strakke planning.

It’s Italy, ragazzi! En dat betekent dat je overgeleverd bent aan de Italiaanse klok. Alles duurt gewoon wat langer dan verwacht. Dat is niet erg, zolang je er rekening mee houdt. Staar je niet blind op afstanden tussen punt A en punt B. ’t Is niet omdat het op zich niet ver lijkt, dat het niet lang duurt. De grote steden zijn goed verbonden door snelwegen, maar op regionaal niveau gaat het allemaal wat langzamer. Buiten de steden is het adressysteem ook niet altijd even transparant, waardoor het vaak even zoeken is voor je iets of iemand hebt gevonden.

Heb je iets nodig van een overheidsdienst, dan plan je best niet te veel andere dingen voor de rest van de ochtend of de middag. Een pakje ophalen op het postkantoor wordt meteen een activiteit op zich. Het feit dat alles nog manueel gebeurt, inclusief pakketnummers overschrijven, maakt het er allemaal niet sneller op. Leven in Italië is een oefening in vertragen. Heel mindful allemaal.

13. Do. Plan iets op vrijdag de 13e

In tegenstelling tot in veel andere landen, is het nummer 13 in Italië geen ongeluksgetal, meer nog, het is een geluksgetal, vooral bij het gokken! De uitdrukking ‘fare il tredici’ (13 doen) betekent dat je het groot lot hebt gewonnen. Het nummer 17 daarentegen wordt beschouwd als een extreem ongeluksgetal.
De Romeinse notering XVII kan omgevormd worden tot ‘VIXI’, wat betekent ‘ik heb geleefd’ en wat beschouwd wordt als het uitdagen van de dood. Oké dan! Daarom vind je in Italiaanse hotels vaak geen 17e etage.

14. Don’t. Betaal niet rechtstreeks aan bar.

Kwatongen zouden Italianen wat chaotisch durven noemen, maar veel dingen hebben ze best goed geregeld. Zo hebben ze een heel duidelijk betaalsysteem in bars en pasticcerie (pattisseriezaken) waarbij je eerst aan de kassa bestelt wat je graag wil hebben, daar ook betaalt, en vervolgens met lo scontrino (= ticket of betaalbewijs) richting bar of bedieningstoog gaat. Dat is, zeker voor voedingszaken, wel zo hygiënisch en bovendien efficiënt. Het aanschuiven aan de bar gebeurt meestal wat minder georganiseerd. Daar is het weer ieder voor zich en het recht van de sterkste. Of wie het hardste roept. Ook in de Autogrill-restaurants naast de snelweg werken ze volgens dit principe.

15. Do. Boek museumtickets online.

Italië is één groot openluchtmuseum, maar daarnaast zijn er uiteraard nog een hoop musea, kerken en sites waar je wel een toegangsbewijs voor nodig hebt. Toen ik als kind met mijn ouders naar Italië ging, kon je nog redelijk makkelijk à la minute een ticket kopen zonder al te lang aanschuiven. Dat is vandaag de dag wel anders. Zeker topattracties zoals de Sixtijnse kapel in Vaticaanstad, het Uffizi in Firenze of la Reggia di Caserta (bij Napels) zijn onmogelijk om binnen te geraken als je niet op voorhand een ticket hebt bemachtigd. Kijk goed op voorhand op de website van de sites die je wil bezoeken en vergelijk ook prijzen. Soms loont het om een museumpas te kopen die je toegang geeft tot meerdere musea aan verlaagde prijzen. Ook het uur of de dag waarop je je bezoek plant, heeft invloed op de prijs. Hou bij de topattracties in de grote kunststeden ook rekening met tijdsloten. Boek je een ticket, dan heb je slechts een beperkt tijdsraam om je bezoek te starten.

Deed je zelf al eens iets in Italië waarbij wenkbrauwen de hoogte in gingen? Een gek verhaal over een absolute faux-pas? Of werd je al eens ergens op gewezen door een Italiaan(se)? laat het eens weten in de comments!

A presto, ragazzi!

Vaticaans museum & Sixtijnse kapel

Omzeil lange wachtrijen aan Vaticaanstad door een begeleide tour met gids te boeken. Die zijn doorgaans niet veel duurder dan aparte tickets en geven je toegang tot het Vaticaans museum, de Sixtijnse kapel en de St. Pietersbasiliek. Je mag voorbij alle wachtrijen en bovendien krijg je een gesproken rondleiding van een erkende gids die je vaak een hoop leuke anekdotes kan vertellen.

Foto © An epic view

Related Posts

Leave a Reply