fbpx

Sicilië, het eiland van pandini en cannoli

”Leave the gun, take the cannoli.”

Deze beroemde quote uit The Godfather schiet nog steeds door mijn hoofd, telkens wanneer ik een cannolo tegenkom.

Cannoli zijn in België niet zo heel bekend, maar in Italië, en zéker in Sicilië, zijn ze huge. En dat mag je best letterlijk nemen. Als je nu niet weet waarover ik het heb: een (Siciliaanse) cannolo is een krokant opgerold koekje, gevuld met gezoete ricotta gemaakt van schapenmelk. Vaak worden ze afgewerkt met typisch Siciliaanse ingrediënten zoals geconfijt fruit, verkruimelde pistachenootjes of chocoladeschilfers.

2 siciliaanse cannoli

First stop: Albania

Nu, geloof het of niet, maar ik was nog nooit in Sicilië geweest en Mr. Italiano evenmin. Tot enkele dagen geleden, dus. Onze koffers waren nog maar net van de bagageband gerold of onze Fiat Panda (aka il pandino) stond ons al op te wachten aan de luchthaven, klaar om koers te zetten naar het walhalla der cannoli, een dorpje genaamd Piana degli Albanesi.

Beetje onverwacht, aangezien het dorp in kwestie het epicentrum is van de Albanese gemeenschap in Sicilië. Niet meteen waar je de beste cannoli van het eiland zou verwachten. Maar de tip kwam van een betrouwbare bron en zo kwam het dat we na een rit van een klein uurtje in de heuvels rond Palermo binnen reden in deze Albanese kolonie, rechtstreeks naar Extra Bar, een pasticceria die cultstatus verwierf door haar cannoli. De vraag van een miljoen: was het die reputatie en de omweg wel waard? Affirmatief!

Doorgaans krijg ik zo’n cannolo niet eens in een keer op, want echt licht kun je die dingen niet noemen. Maar dit exemplaar was werkelijk vederlicht, ondanks het supersize formaat en dat op een nuchtere maag – ik liet mijn intermittent fasting ook even voor wat het was, ik ben tenslotte op vakantie in Sicilië en er is gewoonweg te weinig tijd om alles te proeven.

Op de terugweg van Piana degli Albanesi naar onze bestemming passeerden we nog een ander dorp met cultstatus, Corleone, maar dat hebben we dit keer aan ons voorbij laten gaan. Wij hebben belangrijker dingen te doen, zoals goeie wijn en restaurants zoeken. Want laat er geen onduidelijkheid bestaan over wat we hier komen doen. Oké, het opzet was wat vakantie houden, slapen en relaxen (en Mr. Italiano mag ook graag kitesurfen). Maar laten we wel wezen: wijn en eten, dat is de ware reden voor mijn bezoek aan Sicilië.

En tot dusver mag ik niet klagen. Naast cannoli heb ik ook al enkele werkelijk fantastische Siciliaanse specialiteiten gegeten, zoals een insalata di polpo (salade van octopus), de lokale gamberi di Mazara del Vallo (een grote roodgekleurde langoustine met heel delicate smaak), Parmigiana alle melanzane, Busiata ai ricci e gamberi con crema di pistacchi (Siciliaanse pasta met een saus van zeeëgel en gamberi rossi met een saus van pistachenoten). En dat allemaal nog voor Pasen.

Pasen is in heel Italië trouwens a big thing en ook hier in Sicilië nemen ze dat heel serieus. Het gebak kan niet snel genoeg worden aangesleept in de pasticcerie en het feest wordt doorgaans met de hele familie gevierd. Er is dan wel het gezegde ‘Natale con i tuoi, Pasqua con chi vuoi’ (Kerstmis met je ouders, Pasen met wie je wil), maar zo geëmancipeerd zijn ze in de realiteit niet. It’s a family affair!

Mr. Italiano maakt een broodje Pani ca meusa

Een broodje milt

Naar aanleiding van mijn oproep om Siciliaanse specialiteiten door te geven, kwam al gauw de suggestie ‘pani ca meusa’. Vegetariërs lopen best in een grote boog rond dit typisch Palermitaanse streetfood, want het bestaat uit een broodje gevuld met een mix van gemarineerde varkensingewanden zoals milt (milza in Italiaanse, meusa in Palermitaans slang), maag en long die vervolgens worden gebakken in reuzel. Wees gerust: het smaakt beter dan het klinkt. Place to be daarvoor is de marktbuurt ‘Vucceria’, waar je je een weg baant tussen luide marktkramers, barretjes en eetkraampjes.

Fles witte wijn etna bianco

Zilte wijn

Wat wijn betreft, was Sicilië altijd al een blinde vlek in mijn register. Volledig onterecht, zo blijkt. In Sicilië wordt heel veel wijn gemaakt, met de nadruk op veel. Kwantiteit primeert hier jammer genoeg vaak op kwaliteit. Er zijn ongelooflijk veel wijngaarden waar Grillo wordt verbouwd, een druif waar doorgaans eenvoudige, easy-drinking landwijn van wordt gemaakt. Maar de voorbije dagen heb ik dus ook al geweldige Grillo-wijnen gedronken, complex en vooral met een zilt zeekarakter.

Veel van de beste wijnen van Sicilië vind je in de buurt van de Etna. Vulkanische ondergrond is doorgaans heel geschikt om mooie, minerale wijnen te maken met veel complexiteit. In België vind je vooral eenvoudige Grillo en Catarratto in wit en Nero d’Avola in rood. Wijnen die ik doorgaans aan mij voorbij laat gaan. Maar wat ik hier al heb geproefd heeft niks te maken met die simpele wijntjes! Wat een ontdekking!

 

Marsala en Pantelleria

Zoals ik al zei: ik was nog nooit in Sicilië geweest. Ik kende eigenlijk alleen maar Palermo en ik wist dat er oude Griekse sites zijn, maar daar hield het ver op. Vorig jaar zag ik de tv-reeks ‘Maltese’ die zich volledig afspeelt in het Trapani van de jaren ‘70. Heerlijke televisie en ik geraakte geïntrigeerd door de sfeer die de reeks uitademt. Knappe commissaris in een zuidelijke stad aan het water, check!

Niet zo ver van Trapani vind je de stad Marsala, beroemd voor haar versterkte wijn. Nu ben ik doorgaans niet zo’n fan van versterkte wijnen genre sherry (te droog) en porto (te zoet), maar marsala zit er nét tussenin! Ik kende de wijn vooral van in de keuken om sauzen mee op te waarderen, maar marsala heeft dus veel meer te bieden. En net zoals bij sherry- en portwijnen heb je zeer goede (en dure) varianten die je hun banale naamgenoten makkelijk doen vergeten. Te ontdekken dus!

Vanuit Trapani kun je de overzet nemen naar Pantelleria, een eiland midden in de Middellandse zee, dat geologisch gezien bij het Afrikaanse continent hoort, maar wel Italiaans grondgebied is. Hier maken ze de gelijknamige Passito di Pantelleria, een heerlijk fruitige (moscato) dessertwijn, gemaakt van de Zibibbo-druif. De wijn wordt enkel hier geproduceerd en je vindt hem ook maar heel sporadisch in België, maar recent kwam het op mijn radar toen een Italiaanse vriend het meebracht tijdens ons Ardennen-weekend. Ik was meteen verkocht!

Ondanks dat Sicilië maar een eiland is, is er veel te ontdekken. En dan heb ik het nog maar alleen over de lokale keuken en de wijn! Na dag twee werd het me al duidelijk dat er hier te veel op te korte tijd te bezoeken valt en de infrastructuur van het wegennetwerk op het eiland helpt daar niet bij. Afstanden die er op de kaart best doenbaar uitzien, duren een eeuwigheid en er zijn amper snelwegen, waardoor een tripje van punt a naar b al gauw een dagonderneming wordt.

Conclusie: deze week is een heel fijne teen-in-het-water-ervaring, maar ik kom zeker terug met een concreet plan van aanpak, wil ik alle lokalen specialiteiten en wijnen ontdekken. Dus ik ga nu terug aan het werk!

Ciao!
Claire

5 x Sicilië op het witte scherm

  • Vele scènes van The Godfather-trilogie speelden zich af op Sicilië. De scenes waarin Michael Corleone in de eerste film onderduikt op Sicilië zijn opgenomen aan de oostkust van het eiland, voornamelijk in de dorpjes Forza d’Agrò en Savoca. De finale van The Godfather III, waaronder ook de dramatische trappenscène, werd opgenomen in en rond het operagebouw van Palermo, het Teatro Massimo.
  • De film A bigger splash met o.m. Matthias Schoenaerts en Ralph Fiennes werd volledig gedraaid op Pantelleria.
  • De tv-serie Maltese, il romanzo del commissario speelt zich bijna volledig af in en rond de stad Trapani en werd er ook effectief gefilmd.
  • In de verfilming van de boeken van misdaadauteur Andrea Camilleri lost Commissario Montalbano in de fictieve Siciliaanse stad Vigata allerlei misdaden op. De echte locaties waar de serie werd/wordt opgenomen zijn te vinden in Ragusa, Modica en Ispica (allen aan de oostkant van het eiland).
  • La mafia uccide solo in estate speelt zich af in het Palermo in de jaren ’70 en ’80 en werd ook volledig in de hoofdstad opgenomen.

Sicilië praktisch

Met Brussels Airlines vlieg je rechtstreeks op Palermo, Catania en Cosimo. Ryanair vliegt vanuit Charleroi ook rechtstreeks op Trapani (of je kunt een tussenstop maken in Rome of Milaan).

Transport
Een auto is een absolute must om het eiland te verkennen, openbaar vervoer is er nauwelijks en vraagt veel tijd. De rijstijl van de locals is nog nonchalanter dan op het Italiaanse vasteland en bij momenten ronduit gevaarlijk, hier geldt het recht van de sterkste. Een 4×4 is geen overbodige luxe, maar een Fiat Panda is hier ook uitermate geschikt.

Marsala is geen bijzonder mooie stad en heeft slechts een klein historisch centrum, maar heeft zeker leuke plaatsjes om te ontdekken.

Trapani daarentegen is een uitgestrekte stad met een mooie lungomare (wandeldijk) en een interessante oude binnenstad. Je vindt er veel goeie restaurants vlak bij elkaar.

Mazara del Vallo is een charmant kustplaatsje met mooie authentieke architectuur en een levendige binnenstad met veel bars en restaurants. Vlakbij vinden kite- en windsurfers ook hun gading in de vele stranden en surfscholen.

San Vito lo Capo is één van de meest westelijke punten van het eiland, een mooi badplaatsje met prachtige stranden en azuurblauwe zee. Bekend voor o.m. tonijn en bottarga. Tijdens de zomermaanden is het hier over de koppen lopen.

Related Posts

Leave a Reply